Vlaamse schapen aan kasteel van Gaasbeek

Ooit bijna uitgestorven schapenras onderhoudt uniek stukje Pajotse Provence.

Hier graast het ‘Lam Gods’ in de slotgracht: “Dit ras moet in leven worden gehouden”.

Er grazen opnieuw schapen in de slotgracht van het kasteel van Gaasbeek. De dieren onderhouden het weiland dat door historische gebeurtenissen uitgroeide tot een bijzonder waardevol stukje natuur.

Een uniek stukje Provence in het Pajottenland, zo omschrijft Tom Brichau van het Agentschap Natuur en Bos de gracht rondom het kasteel van Gaasbeek. Aanleiding voor die vergelijking met de prachtige Zuid-Franse streek is de begroeiing van het weiland.

“De vegetatie is zeer specifiek en gediversifieerd”, zegt Brichau. “Er groeit onder meer wilde tijm en marjolein. Dat de planten hier kunnen groeien, komt door de unieke bodem rondom het kasteel. Die bevat bijzonder veel kalk.”

Kalkstenen

Die kalkrijke bodem is een gevolg van de rijke geschiedenis van de plek. “Het kasteel is opgebouwd uit kalkstenen, maar werd door de geschiedenis heen ook afgebroken en kapotgeschoten. Waarmee onmiddellijk duidelijk is waarom hier veel meer kalk in de bodem zit dan gemiddeld in deze streek.” In een niet zo ver verleden graasden de schapen van de Pajotse herder af en toe nog rondom het kasteel maar sinds Hugo O noodgedwongen stopte, werd het weiland machinaal onderhouden. “En dat is lang niet zo goed voor de vegetatie”, zegt Brichau. “Daarom werd opnieuw gezocht naar begrazers, waardoor we hopen dat er nog meer variatie in het weiland komt. Dat komt ook de insecten ten goede.”

Lakennijverheid

De schapen die sinds kort aan de slag zijn op het weiland, blijken bovendien ook niet de eerste de beste. Net als het kasteel, is deze diersoort al eeuwen verbonden met de streek. “Het gaat om het Vlaamse schaap”, vertelt schapenherder Lisette Lafruit. “Al in de vroege middeleeuwen kwam dit schaap voor in onze contreien. Het werd alom geprezen voor zijn vele kwaliteiten: het stond hoog op zijn poten, gaf overvloedig wol, was ziekteresistent en had een aangenaam, volgzaam karakter. Dit schapenras stond mee aan de wieg van de lakennijverheid, die in de 13de eeuw ons land zoveel rijkdom en welstand bracht.”

Nieuw leven

"De strikte reglementering van de ambachten liet echter geen vernieuwing toe en de opkomst van de Merinoschapen, ingevoerd via Spanje, werden stilaan de teloorgang voor dit schapenras. Na de middeleeuwen kwamen andere stoffen, die minder luxueus en goedkoper waren, onze lakenstof verdringen." Maar in de jaren 70 van vorige eeuw werd uit een paar restkuddes in Vlaanderen en Nederland door het Steunpunt Levend Erfgoed dit ras weer nieuw leven ingeblazen. “Nu is het één van onze oude, Belgische rassen dat verdient in leven gehouden te worden. We vinden dit schaap terug op schilderijen van onze oude meesters zoals Rubens, Teniers en Breughel. In het Van Eyck-jaar mag zeker vernoemd worden dat dit schaap het middelpunt is van het wereldberoemde Lam Gods."

Uit Het Nieuwsblad regio Vlaams-Brabant - door Joost Van Liefferinge - foto JVI