Dieren en vriesweer

Dierenwelzijnsorganisaties en politiediensten krijgen verschillende klachten binnen over dieren die ‘in de kou gelaten’ worden. Zijn die klachten terecht? Dieren zijn geen mensen. Verdragen ze vriestemperaturen en vanaf wanneer moet de mens ingrijpen?

Vilt ging te rade bij Bart Pardon, professor Inwendige Ziekten Grote Huisdieren, verbonden aan de faculteit Dierengeneeskunde van de Universiteit Gent. Dieren kunnen tegen een stootje, maar we kunnen ze ook een handje helpen door de juiste maatregelen te nemen.

Deze week duikt het kwik een ferm stuk onder onder nul, zowel overdag als ’s nachts. Dat leidt tot verschillende klachten van ongeruste wandelaars over dierenwelzijn. Hoewel sommige klachten terecht zijn, heersen er toch ook heel wat misverstanden. De sleutel om te bepalen of dieren lijden, ligt in hun comfortzone, de situatie waarbij ze niets extra moeten doen om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Voor een volwassen paard of koe kan dit gaan tot -5 graden. Maar voor een kalfje van 3 weken oud ligt die zone tussen de 15 en 25 graden.

Wordt het kouder? Dan zal het dier extra energie moeten verbruiken om zijn lichaam op te warmen. Ook de gevoelstemperatuur speelt een rol. Een koude wind kan het buiten frisser doen aanvoelen dan wat de thermometer aangeeft. Door dat wind chill-effect, kunnen dieren sneller of meer koude ervaren.

Eén van de belangrijkste factoren is de verhouding tussen de lichaamsoppervlakte en het lichaamsgewicht. Een volwassen koe is een groot en zwaar dier, waardoor de oppervlakte per gewichtseenheid kleiner is. Ze kan de warmte met andere woorden beter vasthouden, verduidelijkt Pardon. Vergelijk dat met een kalfje, dat in verhouding meer lichaamsoppervlakte heeft dan gewicht. Hierdoor verliest het veel meer warmte. Die regel kan je doortrekken: hoe jonger het dier, hoe gevoeliger het is voor koude. Naast die verhouding, speelt ook isolatie een rol. Net zoals bij huizen, beperkt de isolatie bij dieren het warmteverlies. De isolatie bestaat uit de vacht of pluimen. Natte vacht of natte pluimen isoleren minder dan een droge. Paarden worden in de winter vaak geschoren. Ze zullen koude ervaren als ze geschoren onbeschermd buiten lopen. Ook het lichaamsvet is een goede isolator, maar ook een bron van energie. Dikkere dieren, denk aan trekpaarden, kunnen bijvoorbeeld een pak beter tegen de koude.

Vanaf dat de temperaturen een duik nemen, halen veel eigenaars de winterdekens boven. Dat kan een goede bescherming bieden. Maar het kan evengoed zijn dat het dier nog steeds koude ervaart, omdat het onvoldoende of verkeerd gevoederd wordt. Omgekeerd ook: het is mogelijk dat een dier met een goed dieet, maar zonder deken op, perfect met de koude kan omgaan.

Vaak komen dingen verkeerd over. Enkel hooi in de wei lijkt misschien te weinig. Maar door het tragere verteringsproces van dat ruwvoer produceren paarden en koeien net meer warmte en zijn ze beter beschermd.

Het is natuurlijk belangrijk om de gevoelige dieren te beschermen. Dat geldt des te meer voor de pasgeboren dieren, zoals lammeren of kalveren. Daar kan een warmtelamp veel verschil maken. Een andere manier om het warmteverlies te beperken, is zorgen dat de dieren in een droge omgeving zitten. Daarnaast kan je wat extra stro geven, zodat de dieren zich er goed kunnen in nestelen.

Ook kippen kunnen goed tegen de koude als ze een droog hok hebben waar ze kunnen terugkeren wanneer ze dat willen. Kippen die nog nooit in hun leven sneeuw zagen, zullen eerst moeten wennen en rare sprongen nemen. Maar na enkele minuten zijn ze het gewoon en er zijn er dan zelfs die de hele dag willen buiten blijven. Een kip kan minder goed tegen de regen dan tegen de koude.

Maar opnieuw is het de vraag of de wandelaar dit alles juist kan inschatten. Een gammel kotje, dat perfect georiënteerd is, kan bijvoorbeeld veel meer beschutting bieden dan een luxueuze paardenbox die met de opening naar het noordoosten gericht staat. Op koude dagen zal dat tweede hok, dat er veel mooier uitziet, de dieren niet beschermen tegen de wind.

Voor bezorgde wandelaars heeft Pardon nog deze boodschap: De paarden, koeien, schapen…,  die nu buiten zitten, zijn voldoende aangepast aan de lage temperaturen en kunnen die goed opvangen. Merkt u toch iets op, neem dan contact op met de eigenaar. Dieren die echt in de problemen komen door onderkoeling liggen vaak neer en bewegen niet veel.

Ook een belangrijk aandachtspunt is de toegang tot vers en niet-bevroren drinkwater.

Laten we er maar van uitgaan dat de overgrote meerderheid van de dierenhouders het beste voorheeft met hun dieren en blij zal zijn met de melding als er toch een dier in de problemen zou komen.

Bron: Vilt en  eigen verslaggeving