Huttegemse eend

 

De Huttegemse of Oudenaardse eend is een legeend die eind 19de eeuw veel gehouden werd aan de oevers van de Schelde, in die tijd moerassiger dan nu. Vooral in de omgeving van Oudenaarde, met Huttegem als centrum van de eendenindustrie, werden deze dieren gekweekt.

Als voorouder van de Huttegemse wordt de Dendermondse eend aangehaald, volgens Edward Brown (Races of Domestic Poultry, 1906) waarschijnlijk verder gekruist met Indische loopeenden (oude type) die toen veel voorkwamen in onze streken.

Oorspronkelijk ging het om een bonte mengeling van dieren waarin naast wit, lichtbruin en zwart de blauwe kleur de boventoon voerde. Pas in 1971 verscheen de eerste standaard die alleen een speciaal blauw-wit eksterpatroon weerhield. Later werd ook wit-zwart erkend.

De hals, de borst en de grote slagpennen zijn in deze standaard wit, de rest van gevederte is blauw of zwart. Verder verlangt men ook een speciale koptekening waarbij er vanuit de hals een witte uitloper rondom de ogen loopt. De snavel is loodblauw en de loopbenen licht oranjerood met soms zwarte vlekken.

Vandaag zijn er helaas nauwelijks fokkers meer van deze middelgrote eend met moeilijke kleuraftekening.