Watermaalse baardkriel

 

Dit krieltje stamt uit de fokkerij van de heer Dresse wonende in de Brusselse gemeente Watermaal-Bosvoorde. De afkomst van de Watermaalse baardkriel zal altijd gissen blijven want zowel Antoine Dresse als zijn zoon Oscar hebben nooit het geheim van hun fokkerij prijsgegeven. Zeker is wel dat de Antwerpse baardkriel mee aan de wieg stond bij de creatie van de Watermaalse. De eerste exemplaren verschenen in 1922 op een Brusselse tentoonstelling.

De Watermaalse baardkriel is een klein krieltje van om en bij de 600 gram voor het haantje en 450-500 gram voor de hen. Het lijkt op het eerste zicht sterk op de Antwerpse baardkriel maar is gestroomlijnder, vertoont minder halsvulling en draagt de staart wat lager. Typische raskenmerken aan dit diertje zijn de driedoornige rozekam, de volle baard en het kleine kuifje.

Deze krielen zijn erkend in een uitgebreid gamma van kleuren de meest voorkomende zijn kwartel, blauwkwartel, wit en zwart.

De Watermaalse heeft een levendig karakter en worden zeer aanhankelijk aan hun verzorger. De hennetjes leggen zeer goed, worden makkelijk broeds en brengen hun kuikentjes zonder veel problemen groot.