Doornikse kriel

 

In de buurt van Doornik ontstond aan het einde van de negentiende eeuw een krielras dat de naam Mille fleurs du Tournaisis kreeg. Later werd deze naam omgevormd tot Naine du Tournaisis, in het Nederlands Doornikse kriel.

Volgens de overlevering was dit krielras vroeger bekend als schipperskip. De Doornikse kriel kreeg deze benaming omdat dit rustige en aanhankelijke dier op vele binnenschepen loslopend op het dek werd gehouden. De selectie van deze dieren begon reeds vroeg in de twintigste eeuw maar de eerste wereldoorlog verwoestte bijna de volledige populatie Doornikse krielen.

Pas na de tweede wereldoorlog werd opnieuw werk gemaakt van de wederopbouw van het ras. Men gebruikte hiervoor de nog aanwezige Doornikse krielen en Oud-Engelse vechtkrielen. Het huidige Doornikse krieltje is dus een kriel die stamt uit de streek van Doornik en geïnspireerd is door het lokale oorspronkelijke ras dat uitgestorven was.

Doornikse krielen komen slechts in één kleurslag voor: driekleurig bont.In Wallonië komen we dit ras regelmatig tegen. In Vlaanderen is het een zeldzame verschijning. De hennen zijn goede legsters die hun eieren zelf uitbroeden en prima zorg dragen voor de kuikens.