Belgische kriel

 

Sinds mensenheugenis komen er in West-Europa kleine patrijskleurige hoentjes voor op de boerderijen. In de volksmond werden deze kippen 'Engels kiekske' genoemd. Zowat elk West-Europees land heeft uit deze oorspronkelijke populatie door strenge selectie een eigen krielras ontwikkeld. Zo heeft Nederland zijn bijzonder populair Hollands Krieltje, Duitsland de Duitse kriel, Frankrijk de Pictave, enz.

Uit de oorspronkelijke populatie 'Engelse kiekskes' werden in de buurt van Luik twee nieuwe krielrassen geselecteerd: de latere Belgische kriel en de Bassette. Met deze selectie werd begonnen rond de jaren 1900, de rasstandaard werd pas in 1934 vastgelegd. Het zijn kleine, fiere en sierlijke krielen van het landhoentype. De meest bekende kleurslag is patrijskleur, daarnaast komen er sporadisch nog andere kleuren voor.

De Belgische kriel is een weinig veeleisend krieltje. De hennetjes zijn geen uitmuntende legsters en worden pas laat in het seizoen broeds. Maar ze blijken dan uitstekende moederkloeken te zijn.