Zingems leghoen

 

Het Zingems leghoen is één van onze recentste kippenrassen, gecreëerd in de jaren 1970 door Dhr. Dion De Laporte uit Ouwegem, deelgemeente van het Oost-Vlaamse Zingem.
In de tweede helft van 20ste eeuw werd op de eiermarkt het witte ei meer en meer verdrongen door het bruine ei van de leghybriden. Het idee rijpte bij Dhr. De Laporte om een Belgisch kippenras te ontwikkelen gelijkend op de Goudbrakel en dat bruine eieren zou leggen. De uitgangsrassen waren de Goudbrakel en de Rhode Island Red, een dubbeldoelras met een uitstekende legcapaciteit. Tevens werden enkele bruine leghybriden ingekruist. Door een doorgedreven selectie werd een homogeen kippenras met een fraai uitzicht bekomen, bekroond met de officiële erkenning als Belgisch ras in 1985.
Het zijn rustige en verdraagzame dieren die graag rondscharrelen in de buitenren. Daarenboven beschikken ze over een goed weerstandsvermogen tegen ziektes waardoor ze gemakkelijk te houden zijn en geen bijzondere eisen stellen. Doordat ze vrij fors gebouwd zijn en rustig van aard kunnen volwassen dieren perfect gehouden worden binnen een afsluiting van 1,50 m hoogte.
Het Zingems leghoen legt geen krijtwitte eieren zoals de Brakel, noch donkerbruine eieren zoals de Rhode Island Red of de leghybride, maar crèmekleurige tot lichtbruine eieren. In het begin van het legseizoen hebben de eieren een donkerdere tint. Naarmate het seizoen vordert, wordt de kleur van de eischaal lichter. De eieren zijn uniform qua grootte en vorm met een gemiddeld gewicht van 60 gram. De eierproductie is goed tot zeer goed met ongeveer 220 eieren per jaar.
Uiterlijk lijkt het Zingems leghoen vrij sterk op de Goudbrakel, doch de bevedering heeft een geheel eigen kleur en tekening. Door de invloed van de Rhode Island Red is de grondkleur een tint donkerder. De bandtekening is minder strak afgelijnd en de bruine banden zijn ongeveer even breed als de zwarte banden. Dit zorgt ervoor dat het globale uitzicht van zowel hanen als hennen veel bruiner is. Bij de hanen valt dit verschil nog meer op. Daar waar de Goudbrakel hanen over een duidelijk gebande bovenborst beschikken, moet deze bij de Zingemse hanen perfect egaal roodbruin zijn. Hennen hebben in tegenstelling tot Brakelhennen een rechtopstaande kam.
Oorspronkelijk werd het ras voornamelijk rond de streek van Zingem gehouden door een beperkt aantal fokkers waardoor het erg zeldzaam was. Inmiddels is de belangstelling voor dit ras opnieuw toegenomen (2014) en zijn enkele foktomen verspreid over Vlaanderen en het noorden van Wallonië.