Mechels hoen

 

De geschiedenis van dit ras is er één van vallen en opstaan. Maar één ding is zeker: dit ras heeft een enorme bloeiperiode gekend.

In de streek tussen Dendermonde en Mechelen werd in de eerste helft van de negentiende eeuw een koekoekkleurig landhoen gefokt met witte onbevederde loopbenen, de Vlaanderse koekoek. Deze streek was gekend voor de fok van vleeshoenders. Om met het bestaande landhoen een dikke, malse en smakelijke braadkip te bekomen, diende men zijn toevlucht te nemen tot het 'kapoenen', het castreren van de hanen. Vanaf 1850 werden er in België, door de Antwerpse zoo, Brahma's ingevoerd. Via de zoo kwamen deze reuzenkippen met bevederde voeten terecht bij slachtkuikenfokkers. Daar werden ze op grote schaal met de bestaande landhoenders gekruist. Later werden ook nog andere Aziatische rassen ingekruist en zo werd de kwalitatief beste vleeskip aller tijden gecreëerd: het Mechels hoen.

Dankzij de zeer goede vleeseigenschappen veroverde deze dieren tegen het einde van de negentiende eeuw de Belgische markt. Daarna volgde ook het buitenland. Het afmesten van het Mechelse hoen gebeurde in 'epinettes', een soort houten kooien waarin de kippen een brij te eten kregen op basis van boekweit en afgeroomde melk. Na de oorlog zorgde vooral de kuikenziekte pullorum ervoor dat 80 procent van de kuikens bezweken. Dit betekende bijna de doodsteek voor het ras.

Hoewel de fokkerij zich vandaag hoofdzakelijk afspeelt bij liefhebbers, vierde de Mechelse recent zijn comeback als bedrijfshoen en dit voor de productie van een stukje exclusief kippenvlees.

Het Mechels hoen wordt ook wel eens Mechelse koekoek genoemd. De term koekoek slaat op de meest typische kleurslag van dit hoen; zwart met wit-grijsachtige banden. Daarnaast werden in het verleden ook andere kleurslagen erkend: wit, zwart, blauw, zwart goudhalzig, zwart zilverhalzig, wit zwartcolumbia en goudkoekoek (koekoek goudhalzig). Witte Mechelse komt men weer vaker tegen, maar of de laatste zes kleurslagen vandaag nog bestaan, is onduidelijk.

Mechelse hoenders zijn grote dieren met toch een aangenaam karakter. Naast de goede vleesopbrengst produceren de hennen ook nog eens een voldoende aantal eieren. Typisch voor de Mechelse is de bevedering op de poten en tenen.