Izegemse koekoek

 

De Izegemse koekoek is een zeer oud en mooi Vlaams ras, dat recent nog nieuw leven is ingeblazen. De aanhang van dit ras is niet bijzonder groot maar het gaat samen toch om een veertigtal fokkers in Vlaanderen.

In 1907 werd in Izegem de vereniging Neerhof van Izegem opgericht. De eerste standaard voor dit hoen werd in 1909 ingediend en dat onder de naam 'Iseghemschen Koekuit'.

Het ras zelf dateert al van ver voor 1900. Reeds in 1554 werd er melding van gemaakt. Hoe de dieren er toen uitzagen, is niet bekend. Fokkers letten toen immers nog niet op het uiterlijk van de dieren maar selecteerden op nutseigenschappen. Geleidelijk aan is er meer eenheid in de raskenmerken gekomen door toedoen van voornamelijk fokkers uit het Izegemse. Foto's van rond de eeuwwisseling laten dieren zien met duidelijk de uiterlijke kenmerken van de Izegemse koekoek zoals we die nu kennen.

De eerste wereldoorlog veegde het ras nagenoeg van de kaart maar wonderwel lukte het de fokkers vrij snel om het ras weer op te bouwen. En weer kende het ras veel aanhang. In 1940 brak de tweede wereldoorlog uit waarna er lange tijd geen sprake meer was van de Izegemse koekoek. Het duurde tot 1970 vooraleer weer gestart werd met de veredeling van de restanten van dit ras. Vandaag heeft de Izegemse koekoek zijn rechtmatige plaats bij de fokkers weer ingenomen.

De Izegemse koekoek is een tamelijk fors, koekoekkleurig vleeshoen met rozenkam. Het ras weet zijn kwaliteit als vleesproducent als geen ander te combineren met een goede leg. Gemiddeld leggen de hennen 150 eieren. Van nature zijn het rustige, vertrouwelijke dieren.