Gele van Haspengouw

 

Begin vorige eeuw werden op de boerderijen in de streek van Namen veel gele leghoenders gehouden. Ze stonden bekend als Vale van Haspengouw (in het Frans: Fauve de Hesbaye) of Hoen van Gembloers. Ook op de markten van Borgworm en Hoei werden vele van deze hoenders te koop aangeboden.

Over de precieze oorsprong is niet zoveel geweten. In 1905 verscheen er wel een studie in de 'Union Avicole' van de hand van E. Maréchal waarin het ras uitvoerig werd beschreven.

De Vale van Haspengouw is een zeer levendig ras met goede legeigenschappen. Het is een tamelijk zwaar landhoen van 3 à 3,5 kg met witroze poten. De kam is enkelvoudig, groot en rechtopstaand. De oorlellen zijn wit.

In het gele gevederte kwam oorspronkelijk heel wat variatie in intensiteit voor. De eerste wereldoorlog heeft deze kippen echter uit het landschap doen verdwijnen.

De Vale van Haspengouw zag uiteindelijk opnieuw het levenslicht dankzij inspanningen van enkele Waalse fokkers. Het is niet duidelijk hoe stabiel het ras vandaag is. Het is in ieder geval zeer zeldzaam en er zijn moeilijk goede, vitale dieren te vinden.

Het ras mag niet verward worden met de de Gele van Méhaigne, een krielras dat gecreëerd werd naar het evenbeeld van de Vale van Haspengouw maar er verder geen uitstaans mee heeft.