Aarschots hoen

 

Het huidige Aarschots hoen is opnieuw gecreƫerd naar het voorbeeld van het oude Aarschots hoen dat waarschijnlijk ontstond omstreeks 1850. Lokale hoenders werden in de negentiende eeuw gekruist met Aziatische reuzenhoenders, of hoenders die hiervan afstamden, en die via de haven van Antwerpen in het Aarschotse terecht kwamen.

Die kruisingen resulteerden in een leg/vleesras van gemiddelde grootte. Vooral het vlees viel in de smaak en het werd rond 1900 op de talrijke boerderijen in de wijde omgeving van Aarschot gehouden. Deze werden op de wekelijkse markt opgekocht door poeleniers die ze dan in het Brusselse aan de man brachten. Dit gebeurde overigens op een identieke manier met het Mechels hoen.

Het Aarschotse hoen wordt vermeld in het werk 'Hoenderrassen' van R. Houwink (1909). De Aarschotse koekoek was verwant aan de Mechelse, maar was minder zwaar en slanker. Het ras was verdwenen, tot in 1983 een kleine groep kwekers besloot het Aarschots hoen terug tot leven te wekken. Aan de hand van getuigenissen - o.a. van een oude poelenier die het Aarschots hoen ooit verhandelde - maakte men een reconstructie. Jacobus Cypers speelde daarin een belangrijke rol. Hij was er van overtuigd dat het Aarschots hoen in feite een kruisingsproduct is van een Mechels hoen en een Belgische vechter. In 1992 zetten Albert Tuerlinckx, Hubert Van Aarle en Fredy Van Aerschot het werk verder.

Een belangrijk verschil met het oorspronkelijke dier is de eikleur. Er wordt aangenomen dat deze vroeger geel- tot lichtbruin was. De bedenkers van de nieuwe Aarschotse zorgden er echter voor dat hun creatie roestkleurige, donkerbruine eieren legt. Ze dachten dat deze eigenschap het ras gewild zou maken. Om dat doel te bereiken werden buitenlandse rassen ingekruist. Eerst werden Marans gekruist met Brugse vechters. In een latere fase (voor 1992) werd ook Welbar (een industriƫle Engelse versie van Welsumer met koekoekfactor) ingekruist. In 1994-95 werd nogmaals een Marans haan (koperzwart) ingebracht. Sindsdien wordt gewerkt aan raszuiverheid en stabiliteit van de stam. In 2003 werd het ras officieel erkend.

De enige kleurslag van het Aarschots hoen is koekoek goudhalzig.
De haan weegt tot 4 kg, de hen tot 3 kg.

Zeer moeilijk te kweken en zeer zeldzaam ras.