Steenkonijn

 

Het Steenkonijn is het oudst gekende raskonijn in België. Het is een rechtstreekse afstammeling van het wilde konijn. Het ligt aan de basis van vele (Belgische) rassen, zoals bijvoorbeeld van de Vlaamse reus. De naam Steenkonijn komt van een oude Belgische weegmaat, de gewichtseenheid 'een steen', wat ongeveer 3,5 kg is. Dit gewicht was het slachtgewicht dat een konijn toen diende te hebben. De huidige konijnen zijn lichter.

Deze dieren werden ooit massaal in Vlaanderen gekweekt, vooral voor de eigen en de Engelse markt. Het invoeren van goedkoper ingevroren konijnenvlees uit Australië maakte een einde aan het succes van dit nutsras. Rond 1900 was het Steenkonijn vrijwel uitgestorven.

Gelukkig wisten enkele gemotiveerde mensen dit ras te redden van de ondergang. Opmerkelijk is dat pas op 12 juni 1934 de standaard werd ingediend.

Het zijn levendige, nieuwsgierige en goedaardige dieren waarvoor een gewoon hok volstaat. Ze zijn vruchtbaar en de voedsters zijn goede moeders. Het Steenkonijn is een goede groeier en wordt gehouden voor het vlees. Het gewicht is vandaag gemiddeld 2,750 kg.

Het is een klein konijn dat nog steeds veel gelijkenis vertoont met een wild konijn. Het heeft een gedrongen lichaam met korte, gespierde poten en rug. De korte nek draagt de goed ontwikkelde kop met korte oren tussen 9 en 11,5 cm. Het Steenkonijn heeft grote, licht uitpuilende donkerbruine ogen en de erkende kleuren zijn haaskleur, konijngrijs en ijzergrauw.

Vandaag zijn er weer wat meer liefhebbers van dit fijne dier, maar buiten België worden steenkonijnen nauwelijks gehouden.