Vlaams kuddeschaap

 

Herder Tuur Rijckaert had in de zeventiger jaren een kudde schapen in het Waasland met bloed van diverse inlandse schapenrassen. De basis van de kudde ging terug op Vlaamse schapen maar er was ontegensprekelijk ook invloed van Ardense, Kempense en Entre-Sambre-et-Meuse schapen aanwezig. Belangrijk was dat er nog geen buitenlandse rassen werden ingekruist.

Door middel van selectie werd uit deze kudde het Vlaams kuddeschaap geselecteerd. Er werd bewust gekozen voor een robuust en economisch schaap, dat zich uitstekend leende voor extensieve begrazing. Het slachtrendement ligt net boven de 50% van het levende gewicht. De ooien brengen gemiddeld 1,7 lammeren groot.

Omdat het basismateriaal voor het creƫren van dit vrij recente schapenras uit Vlaanderen kwam en omdat deze dieren in kuddes gehouden werden, koos men voor de naam Vlaams Kuddeschaap.