Mergelland schaap

 

De Mergellander dankt zijn naam aan een grondsoort, mergel. Deze kalkachtige ondergrond treft men aan in de 'mergelstreek' in het oosten van Belgisch Limburg, het noorden van Luik en in zuiden van Nederlands Limburg.

Op deze schrale kalkgraslanden kwam de Mergellander begin deze eeuw nog veel voor. De schapen voorzagen de boeren van wol, vlees en vooral van mest om de schrale gronden te bemesten. Het ras werd in de eerste plaats verdrongen door het gebruik van kunstmest. Hierdoor werden ze overbodig als mestleverancier en verdwenen van het toneel om plaats te maken voor meer productieve rassen.

Dat de Mergellander nu nog bestaat is vooral te danken aan de Nederlandse vereniging Oos Mergeland Sjaop.

De Mergellander is een middelgroot schaap met opgeheven kop; dit geeft het zijn fiere uitstraling. De dieren hebben een vacht van lange, golvende, roomwitte tot geelachtige wol. Een eigenaardigheid aan de wol van een Mergellander is dat deze niet krimpt bij het wassen. De huid van kop en poten is vuilwit overgoten met een meestal zwart-bruin vlekkenpatroon. Ook volledig zwarte Mergellanders komen voor.

De ooien lammeren in regel zonder problemen af en werpen gemiddeld twee lammeren.