Lakens schaap

 

Het ontstaan van het Lakens schaap is onduidelijk. Waarschijnlijk liggen inlandse rassen aan de basis die werden ingekruist met Engelse South-Downschapen om de slachtkwaliteit te verbeteren.

Toch ligt een prachtig verhaal aan de basis van dit rustieke dier. Het ras zou adellijk bloed hebben en rond 1890 zijn gecreëerd door herder Jansens, de toenmalige herder van de kudde van het Kasteel van Laken, thuishaven van het Belgisch Vorstenhuis. Op dezelfde plek zou ook de Lakense herdershond zijn ontstaan. Door selectie en gericht fokken zou Jansens de kudde hebben laten evolueren naar een dubbeldoelras voor vlees en wol. Via de markt van Anderlecht zouden enkele dieren vervolgens bij fokkers in Vlaanderen zijn terechtgekomen. Helaas is er vandaag geen enkel geschreven bewijs dat deze adelbrieven ook echt kan bevestigen...

Het Lakense schaap staat laag op de poten, met een zware buik en heeft een levendig uitzicht. Kop en poten hebben een heel typische beige glanskleur, de vacht is bleekbeige tot crèmekleurig en van goede kwaliteit. De lammeren worden voskleurig geboren.

Zeer typisch voor dit ras is het toefje wol op het voorhoofd (een erfenis van de Engelse voorouders) dat zeker aanwezig moet zijn bij de lammeren.

Het is een vrij vruchtbaar ras dat meestal tweelingen ter wereld brengt maar drie- en zelfs vierlingen komen eveneens voor.

Het volwassen gewicht van de ram is ongeveer 80 kg en dat van de ooi ongeveer 65 kg, al worden vandaag ook zwaardere dieren aangetroffen. Het is een echt kuddeschaap met veel oorspronkelijk gedrag.

Momenteel is dit een zeer zeldzaam ras.