Kempens schaap

 

Eeuwenlang heeft het Kempens schaap met duizenden de Kempense heide bevolkt. Het werd reeds rond 1800 als een apart ras besproken.

Voor de komst van de kunstmest waren deze dieren een levensnoodzakelijk onderdeel van het leven in de Kempen. Zij zorgden voor de mest die de akkers vruchtbaar moest maken. Met de komst van de kunstmest, het herbebossen van de heide en het in cultuur brengen van de arme Kempense heidegronden werd het Kempens schaap overbodig en leek het gedoemd om uit sterven. Gelukkig hebben enkele enthousiastelingen uit de Nederlandse Kempen dit dier van de verdwijning weten redden.

Het Kempens schaap is een middelgroot schaap dat de indruk geeft om hoog op de poten te staan. Het dier is egaal wit of zeer lichtbruin. De kop is lang, smal, onbewold en net als de poten geheel wit van kleur. Door de inbreng van Merino bloed in het begin van de 19de eeuw, bezit dit schaap een betere wolkwaliteit dan andere heideschapenrassen.

De vruchtbaarheid ligt rond 1,5 lammeren per ooi. De slachtopbrengst is niet zo hoog maar het vlees heeft een goede kwaliteit. Het volwassen gewicht van de ram bedraagt tussen de 50 en 60 kg en van de ooi tussen de 45 en 50 kg.