Entre-Sambre-et-Meuse Schaap

 

De Entre-Sambre-et-Meuse is ontstaan uit kruisingen tussen het Ardense en het Merino schaap en is afkomstig, zoals de naam het zegt, van de streek rond de Samber en de Maas. De Merinos werden rond 1800 ingevoerd om de kwaliteit van de wol bij de Ardense schapen te verbeteren. Later werden nog verschillende Engelse rassen ingekruist en zo kwam men tot de huidige Entre-Sambre-et-Meuse. Het is momenteel een zeer zeldzaam ras.

De lammeren worden geboren met een kroezelige vacht die later uitgroeit tot een weelderige wollen vacht. De kop en de poten zijn bruin tot blauwachtig grijs gevlekt. Het is een tamelijk groot ras met een redelijk gespierde, diepe borst en met dikke, onbewolde poten. De vorm van de kop van de Entre-Sambre-et-Meuse is langgerekt en fijn: de ooien hebben een vlakke neuslijn, mannelijke dieren hebben een ramskop (een kop met een gebogen neuslijn).

De ooien worden meestal na midden oktober gedekt en geven in de lente doorgaans twee lammeren. Het volwassen gewicht van de ram bedraagt tussen de 110 en 120 kg, van de ooien tussen de 90 en 100 kg.