Speelderken

 

Het Speelderken is een zeer oud Vlaams ras. De Oude Meester David Teniers de Jonge schilderde Speelderkes in de 17de eeuw. John Moore beschreef ze reeds in 1730. Hij noemde ze toen 'the Finnicken'. In 'Beschrijvinge der Duyven' van Van Vollenhoven (1686) worden ze 'Drayertjens' genoemd om hun typische vliegstijl (baltsspel).

Speelderkes hebben een baltsspel waarbij de doffer op geringe hoogte (van 50 cm tot 1 m) cirkels boven zijn duivin vliegt om haar als dusdanig het hof te maken. Goede doffers doen dit meerdere malen binnen enkele minuten.

Het gewicht van het Speelderken bedraagt ongeveer 400 gr.

Speelderkes zijn kleine laaggestelde duifjes met brede vooruitgedragen borst en een horizontale houding, voorzien van witte veervelden en een puntkap.
De witte veervelden zijn: de halvemaanvormige slab waarvan de punten tot de hoogte der ogen mogen reiken; minstens de zeven grootste slagpennen moeten wit zijn; de buik, dijen, poten en stuit zijn eveneens wit. Verder hebben ze nog vleugelroosjes achter de vleugelbogen. Een witte snip en een wit 'hartje' tussen de schouders zijn de twee kenmerken die niet verplicht zijn.

Ringslagers en Speelderkes zijn de enige rassen die 'gebroken ogen' mogen hebben. Een gebroken oog is een oog waarvan de pupil 'uitgelopen' is naar de snavel toe. Dit geeft de indruk dat de duif scheel kijkt.

De typische kleurslag was blauw met zwarte banden. Daarnaast bestaan ze nog in blauwgekrast, blauwzilver, zwart, rood, geel, roodzilvergeband en gekrast.

Status: In België en Nederland zijn nog een tiental fokkers actief met Speelderkes.

© tekst en foto SLE