Belgische hoogvlieger

 

In de negentiende eeuw kwamen er veel Belgische hoogvliegers voor in de streek rond Luik. Ze zijn verwant aan de Cumulet en de Hagenaar.

Hoogvliegers hebben (of hadden) de eigenschap om zeer hoog te vliegen tot ze nog als speldenkopjes aan de hemel zichtbaar bleven. Voor het ontstaan van de reisduiven had de 'hoogvliegsport' nog een ruime aanhang. De huidige Belgische hoogvliegers zijn helaas echte volièreduiven geworden. De eisen die men bij dit ras aan de oogkleur stelt, is mede de oorzaak van de teloorgang van hun vliegeigenschappen.

Belgische hoogvliegers zijn middelgrote witte duiven met een pareloog. Een duif met parelogen die veelvuldig van vrije uitvlucht kan genieten zal een pareloog krijgen dat met adertjes doorlopen is. Dit wordt nu algemeen als fout aanzien. Hierdoor is de liefhebber genoodzaakt om deze duiven in volières te huisvesten.

Bij jonge Belgische hoogvliegers kan men soms rode veertjes in de hals waarnemen. Na de eerste rui zullen die meestal spontaan verdwijnen.

Deze duiven zijn eerder lang en lichtjes opgericht. Het gewicht varieert van ongeveer 380 tot 460 gr.

Status: De Belgische hoogvlieger mag gerust als zeldzaam omschreven worden.
Zowel in Vlaanderen als in Wallonië zijn er slechts een handvol fokkers.