Luikse meeuw

 

De Luikse meeuw is ontstaan in de streek rond Luik. Volgens sommige schrijvers zijn ze sterk verwant met de Franse Meeuw die daar begin 19de eeuw werd ingevoerd.
Ze hadden voor die tijd echte reisduiveneigenschappen en werden rond 1850 nog als reisduif gebruikt in die regio.

De huidige Luikse meeuw is een echt sierduivenras zonder verdere nutseigenschappen. Het gewicht bedraagt ongeveer 400 gr.
Het zijn rustige, prettig ogende duifjes die zeer weinig eisen stellen aan hun dagelijkse verzorging.

Net als de smierels zijn de Luikse meeuwtjes overwegend wit van kleur met een gekleurd vleugelschild. Ze zijn in heel veel kleurslagen erkend.

Luikse Meeuwen zijn steeds gladkoppig. De snaveltjes mogen iets langer zijn dan bij de andere Belgische meeuwduivenrassen, maar max. 22 mm van mondhoek tot snavelpunt. Ook hier wordt een ononderbroken lijn van snavelpunt tot achterhoofd verlangd.

Status: De Luikse meeuw kent nog voldoende aanhang in Walloniƫ, maar ook in Vlaanderen worden jaarlijks waardevolle dieren gefokt. Een paar extra fokkers zou dit ras zeker ten goede komen.