Gentse meeuw

 

De Gentse Meeuw is in de jaren vijftig ontstaan in Gent. Ze werd geselecteerd uit Vlaanderse Smierels en werd officieel erkend in 1960.

Gentse Meeuwen zijn zoals de Vlaanderse Smierels waaruit ze ontstonden, rustige, doch opgewekte sierduifjes die zeer weinig eisen stellen aan hun verzorging, voeding en huisvesting. De huidige Gentse Meeuwtjes wegen ongeveer 400 gr.

Gentse Meeuwen zijn volledig witte Vlaanderse Smierels. Ze hebben een relatief kort snaveltje en langs beide kanten uitspreidende jabot.
Ze zijn steeds voorzien van een puntkap. Ook bij de huidige Gentse Meeuwen is de kopvorm één van de meest rastypische eigenschappen. De snavel-voorhoofdslijn verloopt recht zonder indeuking tussen snavel en voorhoofd. Het hoogste schedelpunt bevindt zich boven de ogen, de punt van de kap komt eveneens op gelijke hoogte met dit hoogste schedelpunt. De puntkap wordt ondersteund door manen.

Gentse Meeuwtjes missen meestal nog de echte rasadel die bij veel Vlaanderse Smierels aanwezig is; zo hebben ze meestal spitsere voorkoppen en zijn de snaveltjes veelal te smal aangezet.

Status: De Gentse Meeuw kent minder fokkers dan de Vlaanderse Smierel. In tegenstelling tot de Vlaanderse Smierel kent de Gentse Meeuw momenteel zelfs meer fokkers in Wallonië dan in Vlaanderen.

© tekst en foto SLE