Wit-Blauw dubbeldoel rund

 

Het wit-blauw ras van België gaat terug op een mengelmoes van lokaal landvee dat aan het einde van de 19de eeuw in grote delen van hoog en midden België voorkwam. In het midden van de 19de eeuw onderging dit lokale vee de invloed van ingevoerde Engelse Shorthorn stieren. Door een strenge selectie werd uiteindelijk het Belgisch wit-blauw bekomen.

Oorspronkelijk ging het om een dubbeldoelras. Vandaag is dit ras voor de overgrote meerderheid omgevormd tot een vleesras. Slechts een handvol kwekers is blijven vasthouden aan het kweken van dubbeldoeldieren, die zowel voor de productie van vlees als voor melk kunnen instaan. Deze dubbeldoelkoeien hadden in 2004 een gemiddelde melkproductie van 4981 kg melk met 3,74% vet en 3,31% eiwit (gegevens SDVR). Dieren van het dubbeldoeltype zijn momenteel helaas zeldzaam geworden.

De dieren van het vleestype nemen op het vlak van de bespiering extreme vormen aan, men spreekt hier van het dikbilfenomeen. Bij de zuivere dikbillen loopt het percentage keizersneden op tot 100%. Het vlees van het wit-blauw vleestype is van een uitstekende kwaliteit; mager, mals en sappig dank zij de fijne spiervezels. Het slachtrendement schommelt tussen de 65 en 70%, wat zeer hoog is.

Het Belgisch wit-blauw (vleestype) is uitgegroeid tot een ras met internationale allure. Het werd uitgevoerd naar verschillende landen en dit sinds het begin van de jaren tachtig. Ondanks het succes is er ook controverse over het vleestype, dat zo ver werd door geselecteerd dat natuurlijk kalveren onmogelijk is geworden. Precies om die reden werd in Zweden zelfs verboden om nog langer met deze dieren te fokken. Laat dit een pleidooi zijn om opnieuw meer aandacht te besteden aan het oorspronkelijke dubbeldoel rund...

Ondanks de naam kent het wit-blauw ras drie kleurvariëteiten: wit, blauw of wit-blauw, en zwart. Deze kleuren zijn uiteindelijk terug te voeren tot de introductie van het Shorthornbloed.