Ronsenaar

 

Zoals de naam laat vermoeden zijn ze afkomstig uit de streek van Ronse.
Ze zijn pas rond 1900 in hun oorspronkelijke verschijningsvorm gefokt.

Het is een goede vleesduif met ruime vleesaanzet die gemakkelijk elke maand een nest jongen kan voortbrengen. Ook bij de Ronsenaar stelt de huisvesting geen problemen. Deze duiven zijn zeer geschikt voor vrije uitvlucht en of het bevolken van een duiventoren.

Het gewicht bedraagt tussen de 600 en de 650 gr voor de doffer en 550 à 600 gr voor de duivin. Door hun witte veerkleur die resulteert in een blanke huidskleur hebben ze een meerwaarde als slachtduif.

Ronsenaars zijn altijd wit van kleur. Vroeger was er ook sprake van de 'primitieve' Ronsenaar wiens verenkleed leek op dat van een dominicaner Gentse Kropper.
Fokkers besteden veel aandacht aan de kopronding. Door hun witte veerkleur hebben ze altijd een blanke snavel. Ze hebben een goed ontwikkelde brede borst die een flinke duivenbout kan opleveren. Ronsenaars hebben altijd donkere (vits) ogen.

Status: De Ronsenaar kent meer fokkers in Wallonië dan in Vlaanderen, en blijft dus een ras dat zeker wat extra fokkers zou kunnen gebruiken.


© tekst en foto SLE