Luikse reisduif

 

Bij de ontwikkeling van de Belgische reisduif had men in de beginfase meerdere verschijningsvormen. Eén van deze vormen was de 'Luikse'. Deze is in de achttiende eeuw in de streek van Luik ontstaan uit kruisingen van meeuwduiven en de later verdwenen Camus (platneusduif).

Daar de reisduivenfokkers enkel op vliegeigenschappen selecteerden, werden in een later stadium al de afzonderlijke vormen (o.a. de Antwerpse, Gentse, Vervierse) onderling gekruist. De 'Luikse' heeft men achteraf terug in zijn oorspronkelijke vorm teruggefokt om ze op die manier voor het nageslacht te bewaren.

Vandaag is de Luikse reisduif een tentoonstellingsduif zonder verdere vliegeigenschappen. Het gewicht varieert tussen de 450 en de 500 gr.
Zijn probleemloos te fokken en stellen minimale eisen aan huisvesting en verzorging.

De kopronding en de relatief korte en breed aangezette snavel vormen één van de meest rastypische eigenschappen. Ook hier wordt een ononderbroken kopbelijning verlangd.
Luikse Reisduiven zijn kort en gedrongen, met een iets opgerichte, licht afhellende stand. Het kleurenpallet is vergelijkbaar met de Belgische tentoonstellingsreisduif.

Status: In Wallonië zijn er nog meerdere liefhebbers, maar ook Vlaanderen kent enkele enthousiaste fokkers.