Persberichten

Is een Franse koe beter?

In Woumen, West-Vlaanderen, onderhouden Franse Aubrackoeien een natuurgebied. Voor Steunpunt Levend Erfgoed (SLE) een reden om eens naderbij te kijken aangezien het Rode West-Vlaamse rund zowat het meest bedreigde runderras is waar nog een stamboek wordt voor gevoerd in Vlaanderen. Blijkt dat - opnieuw - Natuurpunt vzw onder het mom van 'graasgedrag' vreemde rassen of exoten importeert. Zeer eigenaardig wanneer men weet dat het dit op plantengebied volop probeert tegen te gaan en daar zweert bij het promoten van lokale soorten en variŽteiten (rassen). De landbouwer in kwestie uit Woumen werkt mee aan een natuurbeheersplan van de vzw Natuurpunt door op een deel van zijn weiden Franse Aubrackoeien te laten grazen. Hij verklaart in de krant "Op de verwilderde weilanden groeien grassen die onze inheemse koeien niet lusten. Vandaar dat de vzw Natuurpunt de Zuid-Franse Aubrackoe naar hier heeft gehaald. Dat is een koesoort die verwilderd gras eet en die zo deze weilanden op een natuurlijke wijze beheert".

Bij nader toezien blijkt de Franse Aubrackoe een soort mooi-ogende bergkoe te zijn die gewoon is op een stenig plateau te grazen. Maar ze wordt in haar streek van origine niet geprezen omwille van haar graasgedrag maar wel omwille van haar vleeskwaliteit. De beperkingen waar de boer zich moet aan houden - niet meer bemesten, het aantal dieren per ha beperken, vanaf november tot april geen begrazing en niet maaien in het voorjaar - zijn allemaal zaken die niet rasgebonden zijn.

SLE is van oordeel dat dit beheer even goed met onze inheemse bedreigde rustieke rassen kan gebeuren dan met ingevoerde buitenlandse rassen. Een ernstige studie ter zake bestaat er niet (zo ja, dan vernamen we dat graag), zeker niet wanneer de wil zou opgebracht worden om onze eigen rassen, zoals de Rode West-Vlaamse, op een extensieve manier op te kweken en die resultaten te vergelijken met de Schotse en de Franse runderen.

SLE vermoedt dat de invoer meer te maken heeft met 'exclusiviteit' en het vermarkten nadien van het vlees, dan met graasgedrag. Dat de landbouwer in de krant verklaart dat hij het verlies aan inkomsten omwille van het natuurvriendelijke beheer van de weilanden wil compenseren met de verkoop van het vlees van deze runderen staaft dit vermoeden.

Laat ons echter niet vergeten dat de landschappen en de natuur waar Natuurpunt terug naar wil, eertijds wel degelijk gevormd werden door onze inheemse - nu uitstervende - rassen. Zouden we dan niet eerst en vooral aan die rassen denken en hen op die manier een kans op overleven geven? Het op de markt brengen van 'vlees uit natuurreservaat' heeft - mits goed aangepakt - evenveel kans op slagen en in Aubrac zal men ze zeker geen Rode West Vlaamse gaan fokken ... daar heeft men meer eerbied voor het Levend Erfgoed.

Jan Martens,
Steunpunt Levend Erfgoed vzw