SLE > Nieuws

Nieuwsberichten

24/07/2017 - Vogelgriep: situatie verbetert

Doordat er de laatste weken geen nieuwe gevallen werden ontdekt, wordt de tijdelijke bufferzone, afgebakend in Bassenge (Oupeye, Visé en Riemst) vandaag 24 juli opgeheven.

FotoVandaag wordt de bufferzone in Bassenge opgeheven nadat drie weken geleden het laatste geval van vogelgriep in België is vastgesteld. Op dit moment is er enkel nog een beperkingsgebied (Brunehaut-Rumes) in ons land ten gevolge van een besmetting in het Franse Brillon.

Deze laatste zone zou op 30 juli opgeheven moeten worden, als er zich geen nieuwe besmettingen voordoen. Maar over het algemeen ziet de evolutie er gunstig uit. Het FAVV wil de houders van vogels bedanken voor hun medewerking en om de maatregelen toe te passen waardoor tot nu toe de ziekte zich niet verspreid heeft naar hobby- en professionele houders van pluimvee.

De maatregelen tegen vogelgriep die in die tijdelijke bufferzone gelden worden vandaag opgeheven. De maatregelen die voor heel België gelden, blijven er wel van kracht.

VOGELGRIEP: Maatregelen van kracht in België (KB van 5 mei 2008)

Onder voorbehoud dat er zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen, kunnen de maatregelen die van toepassing zijn in België buiten de afgebakende beperkingsgebieden als volgt worden samengevat.

Algemene maatregelen

1. Verzamelingen van pluimvee en/of andere in gevangenschap gehouden vogels zijn uitsluitend toegelaten onder de volgende voorwaarden:
a) de aanwezigheid van alle watervogels (eenden, ganzen, zwanen, ...) is verboden;
b) de organisator van de verzameling registreert zich bij het Voedselagentschap (lokale controle-eenheid, LCE) ten minste 48 uur voor aanvang van de verzameling;
c) de organisator van de verzameling houdt een lijst bij met de namen en adressen van de houders die met hun dieren deelnemen aan de verzameling. Die lijst moet gedurende ten minste 2 maanden ter beschikking van het Voedselagentschap gehouden worden;
d) de verzameling staat onder officieel toezicht van een erkende dierenarts die aangesteld is door de organisator van de verzameling. De organisator deelt de naam van de aangestelde erkende dierenarts mee aan de betrokken LCE voor aanvang van de verzameling;
e) het pluimvee moet in de 10 dagen voor het evenement opgehokt of afgeschermd zijn geweest om contact met wilde vogels te verhinderen. Deze voorwaarde is niet van toepassing voor andere in gevangenschap gehouden vogels.

2. Openbare markten, waarop pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels worden aangeboden, zijn uitsluitend toegelaten onder de volgende voorwaarden:
a) de aanwezigheid van alle watervogels (eenden, ganzen, zwanen, ...) is verboden;
b) de lokale overheid, die de markt organiseert, registreert zich bij het Voedselagentschap (LCE) ten minste 48 uur voor aanvang van de markt; ingeval van een wekelijkse markt, moet deze registratie slechts eenmalig te gebeuren;
c) de lokale overheid houdt een lijst bij met de namen en adressen van de verkopers op de markt. Die lijst moet gedurende ten minste 2 maanden ter beschikking van het Voedselagentschap gehouden worden;
d) de markt staat onder officieel toezicht van een erkende dierenarts die aangesteld is door de lokale overheid; zij deelt de naam van de aangestelde erkende dierenarts mee aan de betrokken LCE;
e) enkel professionele handelaars zijn toegelaten op de markten; de occasionele verkoop is verboden;
f) indien er meerdere handelaars op dezelfde markt aanwezig zijn, kunnen ze niet naast elkaar staan; hun standplaatsen moeten zo ver mogelijk uit elkaar staan, en bij voorkeur aan de buitenkant van de markt;
g) het pluimvee en de andere in gevangenschap gehouden vogels moeten in de 10 dagen voor de markt opgehokt of afgeschermd zijn geweest om contact met wilde vogels te vermijden.

3. Buiten de risicogebieden is de toegang tot alle plaatsen waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden, verboden voor elk voertuig, elke persoon en alle materiaal die in de 4 voorafgaande dagen:
?Vogelgriep: maatregelen van kracht – v28 – 29/06/2017 1
- ofwel in contact is geweest met pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, gehouden in een risicogebied gelegen op het nationale grondgebied of in het buitenland,
- ofwel op een plaats is geweest in zo’n risicogebied waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden.
Dat verbod is niet van toepassing op het personeel van het Voedselagentschap en van andere bevoegde autoriteiten, noch op de personen die in hun opdracht werken, op voorwaarde dat zij de door het Voedselagentschap vastgelegde hygiënevoorschriften naleven.

4. Elk vervoermiddel en materiaal dat dient voor het vervoer van pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels, broedeieren of consumptie-eieren, moet reinig- en ontsmetbaar zijn of voor eenmalig gebruik dienen. Het moet worden gereinigd en ontsmet met een toegelaten biocide na elk vervoer en elke ophaling.

5. Elk vervoermiddel en materiaal dat dient voor het vervoer van pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels, broedeieren en consumptie-eieren in een derde land of in een risicogebied gelegen buiten België moet reinig- en ontsmetbaar zijn of voor eenmalig gebruik dienen.
De reiniging en ontsmetting moeten onmiddellijk plaatsvinden met een toegelaten biocide en uiterlijk binnen de drie werkdagen na terugkeer op het Belgische grondgebied of voordat er een plaats wordt aangedaan waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden, onder toezicht van een erkend dierenarts die is aangesteld door de betrokken LCE.
De reiniging en ontsmetting worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen van de LCE (cf. procedure 1243484 – reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen afkomstig uit risicogebieden).

6. Iedere ziekte of abnormale sterfte bij het pluimvee moet onmiddellijk door de bedrijfsdierenarts of een erkende dierenarts worden onderzocht. Indien de bedrijfsdierenarts of de erkende dierenarts bij zijn onderzoek aviaire influenza niet kan uitsluiten, moet hij dat onmiddellijk melden aan de officiële dierenarts.

7. In de volgende gevallen is het verboden om bij het pluimvee een therapeutische behandeling te starten indien vooraf geen monsters voor een laboratoriumonderzoek aan een vereniging werden toegezonden:
- een daling van de normale voeder- en waterconsumptie van meer dan 20 %;
- een sterfte van meer dan 3 % per week;
- een daling van de leg met meer dan 5 % die langer dan twee dagen duurt;
- klinische tekenen of letsels bij post-mortem onderzoek die wijzen op aviaire influenza.

Er zijn specifieke maatregelen die van toepassing zijn voor pluimveehouderijen en in gevoelige natuurgebieden.

Vaccinatie is verboden.

Terug