SLE > Forum

Forum: Ons Levend Erfgoed

Reageer op dit bericht

 

arr/arr, arq/arq, arr/ arq en arq/arr
Geschreven door tjeu steensels op 04/02/2007

wie kan me uitleggen hoe dit nu juist allemaal ineen zit en wat er het verschil tussen is. En wat als je arr/arr ooien laat dekken door een arr/arq?
 

 

Reacties
Geschreven door Staf Van den Bergh op 03/08/2007

Beste Kurt,
ik heb volgende kosten betaald voor analyse van bloedstalen om het genotype te bepalen, bij:
- CODA (2007): 22,60 ?¢‚Äö¬¨ per staal
+ eenmalig vast recht 5,50 ?¢‚Äö¬¨
- ARSIA (2006): 21,20 ?¢‚Äö¬¨ per staal
+ eenmalig dossierrecht 5,41 ?¢‚Äö¬¨
Daarbij moet je de kosten van de dierenarts rekenen voor het nemen van de bloedstalen.
Voor de analysekosten kan je een subsidie aanvragen. Deze bedraagt 20 ?¢‚Äö¬¨ per bloedstaal (zie hiervoor www.sle.be > schapen > administratie).
 
Geschreven door Kurt Vanhooydonck op 01/08/2007

Kan er iemand mij een indicatie geven van wat een genotypering kost?
 
Geschreven door tjeu steensels op 09/02/2007

ok, merci voor de extra uitleg nog
 
Geschreven door Staf Van den Bergh op 08/02/2007

Dag Michel en Tjeu.
Het OSE-fokprogramma, ter bestrijding van scrapie en BSE bij schapen, dat vroeger een regionale materie was, is ondertussen een federale zaak geworden. Binnen het Ministerie van Volksgezondheid is het FAVV verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma, dat een vertaling is van de Europese wetgeving ter zake. Het FAVV heeft reeds geruime tijd een KB in voorbereiding maar dat geraakt blijkbaar niet gepubliceerd. Dat KB zou in grote lijnen de verplichtingen overnemen die voorzien waren in de regionale OSE-fokprogramma?¢‚Ǩ‚Ñ¢s. In het kort zeggen die dat:
- alleen met gegenotypeerde rammen mag worden gefokt;
- dat rammen met het VRQ-allel, niet mogen worden ingezet en dat zij binnen de zes maanden moeten worden geslacht of gecastreerd;
- er voor ooien geen verplichting tot genotyperen is, maar indien het wel gebeurt mogen ooien met het VRQ-allel, het bedrijf alleen verlaten om geslacht te worden.
Volgens deze richtlijnen mogen fokrammen alle mogelijke genotypes hebben, uitgezonderd combinaties met VRQ. Dus een ram met genotype ARR/VRQ, ARQ/VRQ, AHQ/VRQ...VRQ/VRQ mag niet worden ingezet en moet worden geslacht of gecastreerd. Rammen die ARR/ARR, ARR/ARQ, ARQ/ARQ, ARQ/ARH, AHQ/ARH?¢‚Ǩ¬¶?¢‚Ǩ¬¶zijn of drager van andere combinaties van deze allelen, mogen wel worden gebruikt voor de fok. Ze hoeven dus helemaal niet ARR/ARR te zijn.
Heel wat recente studies stellen gans het OSE-fokprogramma in vraag. Waar oorspronkelijk gedacht werd dat ARR/ARR dieren ongevoelig zouden zijn voor scrapie en BSE, blijkt dat niet onder alle omstandigheden waar te zijn. Ondertussen zijn er tot op heden onbekende genotypes opgedoken, zijn er dieren gevonden met complexe genotypes, zijn er nieuwe stammen van scrapie gevonden. Daarenboven is de ziekte van Creutzfeldt-Jakob bij de mens op de terugweg, neemt het aantal BSE-runderen sterk af en komen alsmaar minder gevallen van scrapie voor.
Redenen genoeg dus om het OSE-fokprogramma te herbekijken. Volgens de jongste informatie zou Europa weldra bereid zijn het verplichte karakter van het OSE-fokprogramma te laten vallen en zouden stamboekverenigingen zelf kunnen beslissen of zij het fokprogramma handhaven of niet. Verklaart dit misschien waarom de publicatie van het KB van het FAVV zolang op zich laat wachten? Indien het van mij zal afhangen, dan zal SLE, indien mogelijk het OSE-fokprogramma afvoeren.
 
Geschreven door tjeu steensels op 07/02/2007

staf, zeer interessante artikels
maar nu ben ik nog niet echt uit mijn vraag, met welke genotype ram kan je dan het best fokken? of doet het er uiteindelijk niet zoveel toe?
 
Geschreven door michel.van.simaeys op 07/02/2007

zijn er op dit vlak overigens evoluties op het inzetten van niet arr/arr rammen?
 
Geschreven door Staf Van den Bergh op 06/02/2007

Tjeu, over dit onderwerp is de voorbije jaren heel wat gepubliceerd o.a. ook in onze ARK. Dit kan niet zomaar in enkele zinnetjes worden samengevat in deze rubriek. Ik zal je een copie sturen van de uitgebreide artikels die hierover verschenen in De ARK 2006-1, De ARK 2003-2 en De ARK 2000-4.